Hoe vertalen en lesgeven elkaar versterken
Naast de vertalingen die ik maak, geef ik ook lessen Nederlands aan Spaanstaligen. Dat vind ik ontzettend leuk om te doen, want zo kan ik mijn passie voor taal overdragen op anderen. Tegelijkertijd laat deze combinatie me vanuit verschillende perspectieven naar mijn werktalen kijken en zo word ik me beter bewust van de opmerkelijke kenmerken in beide talen.
Welke opmerkelijke kenmerken?
Een van die kenmerken is non-verbaal taalgebruik. Vorige week vroeg een Latijns-Amerikaanse studente me bijvoorbeeld naar het gebaar dat wij Nederlanders gebruiken om aan te geven dat eten of drinken goed smaakt. We bewegen onze hand langs de zijkant van ons gezicht, alsof we naar ons oor zwaaien.
Eigenlijk had ik nog nooit echt bij dat gebaar stilgestaan. Toen ik de vraag kreeg, wist ik ook niet zo goed aan te geven hoe vaak het nu eigenlijk gebruikt wordt. Is het misschien meer een gebaar dat we kinderen aanleren, maar dat we later als volwassenen eigenlijk niet echt meer gebruiken? Hoe vaak beweeg jij je hand langs je oor terwijl je van een lekkere pintxo of tapa geniet?
Taalspecifieke woorden
En terwijl ik daar zo over zat na te denken en het met mijn studente besprak, realiseerde ik me ook iets anders. Het heen en weer bewegen van je hand heeft in het Nederlands een specifiek woord: ‘zwaaien’. Dat gebruiken we bijvoorbeeld als we van afstand iemand willen groeten, maar ook als we om aandacht vragen (naar de ober zwaaien). Bovendien kunnen we ergens mee zwaaien, bijvoorbeeld met een papier, een vlag of iets anders wat we heen en weer bewegen.
In het Spaans bestaat dit woord helemaal niet. Daar zit je vast aan ‘saludar’, groeten, wat deels een ruimere en deels een krappere betekenis heeft. Groeten doen we immers ook verbaal door ‘hallo’ te zeggen, maar met een papier zwaaien of naar de ober zwaaien is juist weer geen groeten.
In een vertaling
Ik kan echt genieten van dit soort kleine talige eigenaardigheden. In een vertaling kunnen ze voor een flinke uitdaging zorgen. Want wat doe je als je een woord moet vertalen naar een taal die alleen maar over algemenere woorden beschikt dan het origineel? Hoe breng je dan de precieze betekenis uit de brontekst over? En in het tegenovergestelde geval, als de taal waar je naartoe vertaalt juist twintig verschillende, specifiekere opties heeft? Welke kies je dan?
Hier heb je een professionele vertaler voor nodig, die zowel de taal van het origineel (de brontaal) als de taal van de vertaling (de doeltaal) uitstekend beheerst. Alleen dan kun je dit soort nuances immers volledig doorgronden. En nee: vertaalmachines als Google Translate of ChatGPT gaan je hier niet bij helpen.
Vertalen en lesgeven
Bovendien zie ik de combinatie van vertalen en lesgeven hierbij echt als meerwaarde. Door mijn moedertaal Nederlands in het Spaans uit te leggen, ben ik me veel bewuster van de details in beide talen. En andersom: doordat ik vertaal, ben ik veel beter in staat om van die ‘typisch Nederlandse dingen’ op een heldere manier toe te lichten.
Ik ben beëdigd vertaler Spaans – Nederlands en Nederlands – Spaans en vertaal daarnaast niet-beëdigde teksten Engels – Nederlands en Spaans – Nederlands. Wil je weten wat ik voor je kan betekenen? Neem dan gerust vrijblijvend contact op via info@lianguages.com.

Lianne Koster geeft les Nederlands aan de Vertaalacademie in Maastricht (2022).








